,

Papiermolensluis: brug 57 en de winkel die haar naam gaf

Read this in English

Let op: deze Nederlandse tekst is met machinevertaling tot stand gekomen. Mijn Nederlands is niveau A2, dus mijn excuses voor eventuele fouten.

Een brug die haar naam dankt aan een winkel

De Papiermolensluis heet naar een papiermolen die er nooit heeft gestaan. Op het hoekhuis aan de Brouwersgracht zat een papierhandelaar, en boven zijn deur hing een uithangbord met De Papiermolen erop. In een stad zonder huisnummers was dat bord het adres, en zoals dat in Amsterdam gaat nam de brug uiteindelijk de naam van de winkel over.

Brug 57 ligt op het noordelijke uiteinde van de Prinsengracht en verbindt de oostelijke kade van de Prinsengracht met die van de Korte Prinsengracht, over de Brouwersgracht heen. Het is een welfbrug van baksteen en natuursteen, in vijftien seconden over te lopen.

Brouwersluis en Oliekoekensluis

De brug heeft in de loop van de eeuwen twee bijnamen gehad, en beide zeggen iets over wat er op en om de brug gebeurde.

De eerste is de Brouwersluis, naar de Brouwersgracht en de tientallen brouwerijen die daar ooit aan lagen. Op een kaart uit 1647 staat de brug ook zo aangeduid, en dan als een echte sluis: het waterpeil van de grachtengordel lag hoger dan dat van de Jordaan, en dat verschil moest ergens geregeld worden.

De tweede bijnaam is aardiger: de Oliekoekensluis. Op de brug stonden bakkers en straatventers met kramen, die oliekoeken en pannenkoeken verkochten aan iedereen die tussen de Jordaan en de binnenstad heen en weer liep. Een brug als informele markt, met de geur van frituurvet erbij, zegt meer over het zeventiende-eeuwse Amsterdam dan menig officieel document.

Op de kaart: van Berckenrode tot Blaeu

Dat hier al vroeg een oversteek lag, blijkt uit het kaartmateriaal. Balthasar Florisz. van Berckenrode tekende op zijn kaart van 1625 een brug over de Brouwersgracht op ongeveer deze plek. Zeker is het niet: de noordelijke percelen aan de Brouwersgracht waren toen nog lang niet allemaal bebouwd, en er lag nog veel open terrein.

Op de kaart van Joan Blaeu uit 1662 is dat beeld verdwenen. De buurt is dan volledig aangelegd, de grachtenpanden staan er, en op dit waterkruispunt zijn drie bruggen ingetekend. De oversteek is dan een vast onderdeel van de stad geworden, en de verbinding tussen de groeiende Jordaan en de grachtengordel.

De stenen brug van 1781

Wat er in de zeventiende eeuw precies lag, hout of iets daartussenin, is niet met zekerheid vast te stellen. De bouwgeschiedenis van de huidige brug begint bij 1781, het jaar waarin volgens bruggenonderzoeker Frank V. Smit een stenen brug werd gelegd.

Daaraan ging wel iets vervelends vooraf. Op 30 januari 1766 stortte de brug die hier toen lag midden op de dag in. Er vielen geen slachtoffers, wat gezien het tijdstip opmerkelijk mag heten. Het zegt vooral iets over de belasting op deze oversteek, die op een van de drukste aanvoerroutes van het Westerdok en het IJ naar de binnenstad ligt.

Waarom de brug in 1946 bleef staan

De brug van 1781 heeft het opmerkelijk lang volgehouden, en dat is geen toeval maar een besluit.

In 1946 liet de Dienst der Publieke Werken de constructie onderzoeken. De brug was toen bijna 165 jaar oud, en de conclusie was dat zij het verkeer van dat moment nog steeds kon dragen. Daar kwam bij dat er vlak na de oorlog nauwelijks geld was voor bruggen, en dat een nieuwe brug het karakter van de buurt zou aantasten.

Dat laatste argument is het interessantste. Amsterdam heeft in die jaren tientallen bruggen verlaagd, verbreed en vervangen. Hier woog het beeld van de gracht zwaarder dan de rekensom, en dat is de reden dat er nu nog een achttiende-eeuwse welf ligt.

Beton onder de welf

Uitstel is geen afstel. In 1976 werd de brug versterkt, en in 1991 volgde een ingrijpender oplossing: onder het historische gewelf werd een betonnen overspanning aangebracht, die het draagvermogen overnam zonder dat er aan de buitenkant iets veranderde.

Die methode, een moderne constructie verborgen in of onder het oude metselwerk, is in Amsterdam eerder regel dan uitzondering geworden. Wie over brug 57 loopt, loopt over beton uit 1991 met een jas van baksteen uit 1781.

Eén detail is de moeite van het zoeken waard: het brugnummer 57 staat in de bovenste boogsteen van het gewelf gehakt. Dat is bij oudere Amsterdamse stenen bruggen gebruikelijk, en het is de enige handtekening die de brug draagt.

Geen Amsterdamse School

Bij Amsterdamse bruggen is de reflex om aan Piet Kramer te denken, die vanaf 1917 voor Publieke Werken tientallen bruggen ontwierp in de stijl van de Amsterdamse School. De Papiermolensluis staat daar volledig buiten. Zij is meer dan een eeuw ouder dan Kramers aanstelling, en het gewelf heeft geen enkele decoratieve ambitie.

Er is geen siersmeedwerk, geen beeldhouwwerk, geen brugwachtershuisje. Wat er ligt is een stenen boog, gemaakt door de stadsingenieurs zonder naam van een architect, en generaties lang onderhouden in plaats van vervangen. Dat is een eigen traditie, en niet de minste.

Wat je vanaf de brug ziet

De Brouwersgracht loopt hier oostwaarts naar de Singel en het Centraal Station, en westwaarts naar het Westerdok en het IJ. Daarmee was dit eeuwenlang een van de belangrijkste aanvoerroutes van de stad, en het is nog altijd een van de drukste waterkruispunten van Amsterdam, zij het nu met rondvaartboten en sloepen.

Kijk je zuidwaarts over de Prinsengracht, dan staat daar de Westertoren, 85 meter, gebouwd tussen 1620 en 1631. Naar het noordwesten ligt de Noorderkerk aan de Noordermarkt, op maandagochtend en zaterdagmiddag met de markt ervoor.

Op de zuidwestelijke hoek staat Café Papeneiland, in een pand uit 1642 en een van de oudste bruine cafés van de stad. De naam verwijst naar de gang die katholieken vanuit het café naar een schuilkerk aan de Prinsengracht zou hebben gebracht, in de tijd dat dat niet openlijk kon.

En dan is er nog de reden dat hier zoveel mensen met een camera staan: vanaf deze hoek zie je de scheefstand van de grachtenpanden aan de Prinsengracht beter dan waar ook. Die scheefstand is verzakking, veroorzaakt door de slappe Amsterdamse ondergrond, en zij is nergens zo goed te fotograferen als hier.

Gemeentelijk monument

De Papiermolensluis is sinds 1995 gemeentelijk monument. In dezelfde ronde kreeg de naburige Lekkeresluis, brug 59 over de Prinsengracht, die status. De twee bruggen delen de zuidwestelijke kademuur en vormen samen een van de gaafste achttiende-eeuwse bruggenensembles van de grachtengordel.

Technische gegevens

  • Brugnummer: 57
  • Naam: Papiermolensluis
  • Bijnamen: Brouwersluis, Oliekoekensluis
  • Type: Welfbrug, één overspanning
  • Verbindt: Prinsengracht met Korte Prinsengracht, oostelijke kaden
  • Overspant: Brouwersgracht
  • Stadsdeel: Amsterdam-Centrum, Grachtengordel-West
  • Materiaal: Baksteen en natuursteen, betonnen overspanning uit 1991
  • Stenen brug: 1781
  • Instorting eerdere brug: 30 januari 1766
  • Onderzoek Publieke Werken: 1946, brug bleef behouden
  • Versterkt: 1976 en 1991
  • Status: Gemeentelijk monument sinds 1995

Bronnen